
Werken met multi-effecten Insert-effecten: bediening
58
Reverb
(0~127) Hiermee bepaalt u het volume van het multi-
effectsignaal dat naar het Reverb-effect wordt
gestuurd. Zie blz. 52 voor een beschrijving van de
Reverb-parameters.
Chorus
(0~127) Hiermee bepaalt u het volume van het multi-
effectsignaal dat naar het Chorus-effect wordt
gestuurd. Zie blz. 53 voor een beschrijving van de
Chorus-parameters.
Delay
(0~127) Hiermee bepaalt u het volume van het multi-
effectsignaal dat naar het Delay-effect wordt gestuurd.
Zie blz. 54 voor een beschrijving van de Delay-para-
meters.
EQ
Kies hier On als het multi-effect door de Equalizer
moet worden bewerkt. Is dat niet nodig, dan moet u
hier Off instellen. Zie blz. 56 voor een beschrijving van
de Equalizer-parameters.
Als een Part met het multi-effect wordt bewerkt
We hadden het er al over dat het toewijzen van een
Part aan het multi-effect (of andersom) betekent dat
zijn Effect Send-parameters niet meer kunnen worden
ingesteld omdat het signaal eerst naar het multi-effect
gaat. Met de parameters hierboven kunt u evenwel
zorgen dat het multi-effectsignaal met deze effecten
wordt bewerkt.
Als u dus een Part met het multi-effect verbindt, ziet
de Effect Send-pagina er als volgt uit:
Multi-effecten editen
Laten we nu naar de werkwijze voor het editen van de
multi-effecten kijken. We gaan dit aan de hand van
een concreet voorbeeld (“Stereo-EQ”) doen.
1.
Druk op [M-FX] (indicator licht op).
2.
Kiesmet de [VALUE]-draaischijf het effect dat u
wilt editen.
Kies voor de gelegenheid “P-01 Stereo-EQ”.
3.
Druk op [EDIT (indicator licht op).
In het display ziet u nu de bestanddelen van het effect-
algoritme evenals een aantal parameters van de op dat
moment geselecteerde blok. Het nummer van het alg-
oritme (+) staat linksboven in het display vermeld.
4.
Breng de cursor met ▲ naar de algoritme-regel en
kies met de [VALUE]-draaischijf het onderdeel dat u
wilt editen (hierboven is dat bv. LOW).
De parameters van dit blok kunt u editen.
5.
Kies met CURSOR ▲, ▼, √ en ® de parameter
waarvan u de instelling wilt veranderen en stel met de
[VALUE]-draaischijf de waarde in.
6.
Druk af en toe op de [VOLUME]-regelaar om de
wijzigingen te beluisteren.
Zoals altijd, start u hierdoor de Phrase Preview-func-
tie.
7.
Herhaal deze procedure tot u helemaal tevreden
bent met uw multi-effect.
8.
Druk op [EXIT] om de editpagina weer te verlaten.
Vóór de naam van het multi-effect ziet u nu een ster-
retje (✽) omdat de instellingen in het werkgeheugen
niet meer overeenkomen met de instellingen in het
Preset-geheugen (01).
Opgelet: Als u een mono-effect kiest, worden de volgende
twee Pan-instellingen niet meer gebruikt: Master Control
Pan (zie blz. 35) en Pan van de Parts (zie blz. 36). Er zijn
echter ook stereo-effecten (met twee aparte in- en uitgan-
gen) die de plaatsing van de Part(s) ongemoeid laten (voor-
beelden: 01- Stereo-EQ en P-16: Hexa Chorus).
Opgelet: U kunt ook “00 Thru” kiezen. In dat geval wordt
de geselecteerde Part met geen enkel multi-effect bewerkt.
PERF
PART
PATCH TONE RHY M
-
FX SYS UTIL
987654321 10111213141516
PERF
PART
PATCH TONE RHY M
-
FX SYS UTIL
987654321 10111213141516
PERF
PART
PATCH TONE RHY M
-
FX SYS UTIL
987654321 10111213141516
Algoritme Nummer van het multi-effect
Parameters
Comments to this Manuals